De tuinen van twee buren kunnen op verschillende manieren begrensd worden (muren, omheiningen, metaaldraad, enz.).
Een haag of beplantingen staan ook op die lijst.
Welke bepalingen gelden voor wie op de gemene grens wil planten ?
Alvorens deze vraag te beantwoorden, moet eerst duidelijk zijn hoe het zit met elke bestaande gemene beplanting. In het recht wordt deze, net als elke constructie op de scheidslijn, als een mede-eigendom beschouwd. Elke buur moet dus toezien op het behoud van deze gemeenschappelijke eigendom en ze moeten de kosten delen. Zo moet elke buur bijvoorbeeld zelf betalen voor de heropbouw van een haag die hij enkel en alleen door zijn eigen schuld beschadigde. Als de kosten te hoog oplopen, kan een eigenaar zijn recht van mede-eigendom (of burenrecht) afstaan aan zijn buur. Een mede-eigendom kan ook verworven worden door verkoop, schenking, ruil, erfenis of verdeling. Maar de wet (art. 661 van het burgerlijk wetboek.) laat elke buur toe om de mede-eigendom van een aanpalende afscheiding te verwerven, zo hij dit van enig nut acht, mits betaling van de helft van de waarde van de grond waarop de gemene beplantingen werden aangebracht en van de helft van hun waarde. Met andere woorden, niemand mag weigeren dat zijn buur de mede-eigendom overneemt indien hij deze werkelijk nodig heeft.
Welke regels gelden voor wie wil planten ?
Om de wettelijke afstand voor beplantingen te bepalen, moet er een onderscheid gemaakt worden tussen hoogstammige en laagstammige bomen. Dit onderscheid wordt gemaakt op basis van hun grootte als ze volwassen zijn. Een hoogstammige boom is minstens 2,50 meter hoog op die leeftijd. Voor deze boom moet op een minimale afstand van 2 meter gerekend worden tussen de plaats van de aanplant en de gemene grens. Voor de andere, vaak struiken genoemd, bedraagt deze afstand maar vijftig centimeter. Als deze minimale afstanden niet nageleefd worden, heeft de buur het recht om te eisen dat de boom wordt omgehakt, behalve als kan bewezen worden dat deze situatie al meer dan dertig jaar duurt. Dit is de verjaringstermijn die ons burgerlijk wetboek voorschrijft. De ‘schuldige’ eigenaar (en, a fortiori de ‘onschuldige’ eigenaar) mag echter niet zelf optreden. Hij moet vooraf bij zijn gemeente een stedenbouwkundige vergunning aanvragen, wat de kosten alleen maar zal opdrijven. Deze zullen dan ook snel de pan uitswingen als er veel bomen op dezelfde lijn staan…We kunnen iedereen die bomen wil planten dus alleen maar aanraden om inlichtingen in te winnen bij de dienst stedenbouw van zijn gemeente of stad. Er is trouwens nog een andere reden om deze stap te zetten. Soms kan de plaats waar de aanplantingen zouden komen, gelegen zijn in een bouwvrije strook waar alle beplanting verboden is. De enige manier om dit uit te zoeken, is een blik op het bijzonder bestemmingsplan dat op dezelfde dienst beschikbaar is.
Een ladderrecht
Nog een mogelijke bron van ergernis tussen buren is wanneer takken van een private boom over de gemene grens hangen en de buur storen. Deze mag ze niet uit eigen beweging snoeien, maar heeft wel het recht om dit te vragen aan de eigenaar van deze ongesnoeide bomen. Hoe gaat dit in zijn werk? De wet heeft dit geval voorzien en kent de eigenaar die de boom moet snoeien het recht toe om de grond van zijn buur te betreden. Raken ze het niet eens, dan kan hij de vrederechter (die uitsluitend bevoegd is), verzoeken om het bevel voor deze snoei te geven. De vruchten van een boom behoren trouwens ook toe aan zijn eigenaar, met uitzondering van de vruchten die op natuurlijk wijze in de tuin of op de eigendom van de buur gevallen zijn.
Welke hoogte?
Volgens het principe is de hoogte onbegrensd. Maar elk principe heeft zijn uitzonderingen en dus voorzag de wet dat wanneer de beplantingen langs de openbare weg staan, hun eigenaar alle takken moet snoeien die tot 2,5 meter over deze weg hangen. En er is nog een uitzondering op dit principe, die door het gezond verstand wordt ingegeven. Wanneer de hoogte van de bomen de buur volledig of deels het zonlicht ontzegt waar hij recht op heeft en/of er ongewenste bladeren bij hem vallen, kan deze laatste aankloppen bij de vrederechter. Deze zal oordelen op basis van uiteraard subjectieve criteria, gezien hier twee even verdedigbare belangen tegenover elkaar staan. Aan de ene kant is er de eigenaar die het recht heeft om op zijn erf (grond) bomen te planten en aan de andere kant is er een buur die te weinig daglicht krijgt. Dit is een voorbeeld van een burengeschil dat zeer vaak voorkomt in de rechtspraak (samen met de geur- of geluidshinder en de erfdienstbaarheden van licht en uitzicht, enz.). Soms is het duidelijk dat het om doelbewust ergeren gaat en daar houdt de rechter rekening mee. Maar vaak zijn de partijen van goede wil en dan beslist de rechter om een tussenmaatregel te nemen, zoals bijvoorbeeld de snoei van een deel van de betwiste bomen of een beperkte geldelijke schadevergoeding. Daarom is het sterk aan te raden om eerst met de buur te gaan praten en dan pas te handelen.